De Kraonige Zwaone

’t Rooie Buukske

Het Rooie Bükske (1967-2010).

 De eerste vijf jaar van het bestaan van de Kraonige Zwaone werd er niet of nauwelijks dialect gebezigd. Zowel de gestencilde exemplaren van ’t Blèk alsmede in het eerste gedrukte versie van deze carnavalskrant, werd vrijwel uitsluitend Nederlands gebezigd. In januari 1961 kregen de buutreedners een brief van de toenmalige secretaris Henny Derksen waarin hen werd meegedeeld, dat ze voortaan dialect dienden te gebruiken in hun buuts. Bij die gelegenheid stelde Derksen ook een woordenlijst op waarvan slechts één pagina bewaard is gebleven.

In 1966 brak in de Volksrepubliek China de Culturele Revolutie (1966-1976) uit. Deze revolutie stond onder leiding van partijvoorzitter Mao Zedong. In 1964 werd het zogenaamde Rode Boekje gepubliceerd waarin een aantal uitspraken van voorzitter Mao is gebundeld. Het Rode Boekje werd door de revolutionaire Rode Gardisten altijd in de borstzak gedragen en veelvuldig geraadpleegd en zodoende werd dit boekwerkje hèt symbool van de Culturele Revolutie.

bukske
In november 1967 verscheen het ‘t Rooie Bükske Huissen zoas ’t zing en täötel’ ! van de hand van Henny Derksen. Een boekje in zakformaat met een vette knipoog naar het Rode Boekje van Mao. Het boekje kan iedereen … altied en overal ien de tès en bèj de hand hebben en as ’t nodig is: op ’n zitting, op ’n fees’, aon ’n teek, thüs, op ’t wèrrek, bèj ’t sprütten schòn maken, op ’t huuske en … ien d’n vrèmde…aldus Derksen in het voorwoord. Het boekje telt 32 pagina’s. De 21 liedjes uit de periode 1955-1967 beslaan 26 pagina’s. Opvallend is, dat alle liedjes; dus ook die van vóór 1961 in dialect zijn geschreven. Daarna volgen vijf pagina’s met dialectwoorden. De laatste bladzijde alsmede de achterflap gaan nader in op de geschiedenis van het georganiseerd carnaval in Huissen vanaf1848 en op de in 1966 onthulde Foekepotkrössel.

Daarna bleef het een groot aantal jaren stil rond ’t Rooie Bükske. Tien jaar later, om precies te zijn, in februari 1977 verscheen de tweede uitgave. Het telde maar liefst 156 pagina’s. De oprichting van de Slubkes op 30 december 1966 had ervoor gezorgd, dat het liedjesrepertoire van het gezelschap aanzienlijk was uitgebreid. De liedjes uit de eerste uitgave waren opgenomen maar daarna volgen tot en met bladzijde 80 alle tot dan toe gezongen liedjes, aangevuld met Riemelerèjkes en getäötel van de hand van Gerrit Bedeaux maar veelal geschreven door Henny Derksen. Gerrit Bedeaux had zich intussen ontpopt als een liedjesschrijver en van zijn hand verschenen dan ook talloze liedjes en riemelerèjkes. Eén zo’n gedichtje van de hand van Derksen uit 1970 verdient hier zeker een plaatsje:

Lämpkeslaon

De Paoterslaon
Hèt afgedaon
Um dor te staon
Mè ’nèjje maon:
De lämpkes zien aon
En geve’ de laon
Vur ’t vrèjje’ gaon
’n vuls te volle maon   !

De Paoterslaon
Is vur hèn en haon
Te lich’ um te staon:
Daag …. Paoterslaon[1]

Henny en Gerrit stelden ook de woordenlijst samen, die voorafgegaan werd door een serieuze inleiding waarin beide heren in het Nederlands een uiteenzetting over het ontstaan van het dialect. De woordenlijst die volgt en begint met “Aak”  en eindigt met “Wèttering” is kostelijk om te lezen. Zo staat onder het lemma Spiertse’ de volgende verklarende tekst: ww., 1. Spugen, inz. Pruim tabak; een speech houden. …. Nöl hiel’ ’n hèèvige spierts. Hèj zei d’r bèj: Ik dank ollie vur de woorde’ die ‘k gezeid hèt.

De tweede druk was zeer snel uitverkocht maar het duurde toch tot juli 1982 voordat de derde uitgave het licht zag. Het bevat de liedjes die tussen 1977 en 1982 waren gecomponeerd en opnieuw de woordenlijst, die intussen was aangevuld door voornamelijk Derksen. Het woord Wèttering was vreemd genoeg niet opgenomen maar intussen was ook onder de letter “Z” een aantal woorden opgenomen. Het aantal riemelerèjkes is in deze uitgave helaas erg klein maar nog steeds de moeite waard om aan de vergetelheid te worden ontrukt. Gerrit Bedeau schreef:

Ik bun gin echte appel,
Mor ik bun appelsien,
Ik dug nie’ vur de appelmoes
Daorvur môj appel zien ![2]

In 1999 verscheen een zeer bijzondere uitgave van ‘t Rooie Bükske. De uitnodiging voor de viering van het 44-jarig bestaan was gedrukt in de vorm van een ovaal. In de ovaal was niet alleen een boes geplakt maar ook een exemplaar van ‘t Rooie Bükske op miniformaat met daarin de tekst van As ien Huusse’ de sterre straole’ wat intussen tot een soort volkslied van het Huissens carnaval geworden is. Daarnaast een “woordenlijst” zijnde de iengekorte versie van de kleintste ütgaaf van ’t tèswoordebükske.

Tenslotte verscheen in november 2010 de meest recente uitgaven van ‘t Rooie Bükske. De liedjes die tussen 1982 en 2010 waren gezongen vonden in deze, zeer mooi vorm gegeven, uitgave een plaatsje. Zodoende beschikt het gezelschap over een vrijwel compleet overzicht van alle ten gehore gebrachte liedjes vanaf de oprichting in 1955 tot 2010. Deze carnavaleske teksten roepen niet alleen bij menigeen herinneringen en een glimlach op, maar vormen tezamen een prachtig tijdsbeeld dat inzicht geeft in wat de bevolking bezig hield in die jaren. De woordenlijst werd voor deze uitgave kritisch bekeken en aangevuld door Joop Brons en Jan Zweers. Niet alleen werden nieuwe woorden toegevoegd, maar –met name Joop- heeft zijn kritische blik laten gaan over de schrijfwijze van de woorden om daarmee uniformiteit te bewerkstelligen. Het ligt in de bedoeling, om met het 66-jarig bestaan van het gezelschap in 2021 de zesde druk uit te geven. In deze uitgave zal ook een Nederlands-Huissense versie worden opgenomen en natuurlijk weer de liedjes die tussen 2010 en tot dan toe zijn gecomponeerd en ten gehore zijn gebracht.

[1] Huissen zoas ’t zing en täötel’ ! 2 blz. 54.

[2] Huissen zoas ’t zing en täötel’ ! 3 blz. 25.