De Kraonige Zwaone

Slubkes

Het ontstaan van De Slubkes voert ons terug naar het 11-jarig bestaan van De Kraonige Zwaone. In het kader van dit jubileum werd eind 1966 een zogenaamd “Ontvangstcomité” gevormd om de genodigde gasten op te vangen en te begeleiden naar hun plaats in de feestzaal, gevestigd in de voormalige veiling in de Huismanstraat (het huidige Binnenveld). Dit comité kreeg de naam “Zwaonejonkers” en bestond uit een 7-tal personen, te weten: Nol Hengst, Nol Lippmann, Gerrit Bedeaux, Ton Dicker, Koos Verhaegh, Jos Brattinga en Antoon Lippmann. Op initiatief van deze “Zwaonejonkers” werd een zangkoor opgericht. Het 7-tal werd versterkt met 8 goede zangers (Jan Arends, Bernard Brons, Geert Brons, Harry Jeurissen, Thomas Lippmann, Kobus Poelwijk, Hentje Pauw en Kareltje Kempkens), allen medewerkers van De Kraonige Zwaone, en het Zwaonekoor was een feit. De muzikale leiding was in handen van Wim Berning (Wim van Huub) uit Gendt. Met Wim Berning als pianist en Gerrit Bedeaux als dirigent werden de eerste carnavalsschlagers ingestudeerd en kon tijdens de Pronkzitting op zaterdag 21 januari 1967 het eerste optreden, met veel succes overigens, plaatsvinden.

DE NAAM

Wie de naam “Slubkes” bedacht heeft is niet met zekerheid te zeggen, maar het verhaal gaat dat Thomas Lippmann met het idee is gekomen om op te treden in een soort sloof, zoals de herbergiers ze indertijd droegen. Daarnaast moest een “muts” op het hoofd worden opgezet. De naam van de groep zou dan “De Slubkes” moeten zijn.

HERKENNINGSMELODIE

Tijdens een optreden komen De Slubkes in principe altijd op met hun eigen herkenningsmelodie. Deze is als volgt:

Daor komme’ wèj now,
de Slubkes, helau
’t koor van De Kraonige Zwaone.
Wèj zette’ ‘m op,
Gestaoke’ ien slob
as zingende Kraonige Zwaone.